Stijlvoorkeuren

OmniFocus maakt gebruik van lettertypestijlen om onderscheid te maken tussen de verschillende typen onderdelen en om de status van de onderdelen te markeren. Zo zijn achterstallige acties rood gemarkeerd. U kunt deze automatisch toegepaste stijlen aanpassen, maar om verwarring te voorkomen is het niet mogelijk om de stijl van afzonderlijke onderdelen aan te passen.
Om naar Stijlvoorkeuren te gaan kiest u simpelweg Voorkeuren in het menu OmniFocus. Vervolgens klikt u op het symbool Stijl. Houd er bij het aanpassen van de stijlen rekening mee dat u altijd op de knop Stel opnieuw in onder aan het paneel kunt klikken om de standaardinstellingen te herstellen.
Boven aan het paneel bevindt zich een reeks knoppen waarmee u alle tekengrootten tegelijk kunt wijzigen. Dit is een snelle manier om in één keer door de hele tekst heen over te schakelen op grotere of kleinere letters. Telkens wanneer u op een van deze knoppen klikt, worden alle tekengrootten 1 punt groter of kleiner. U kunt ook bepaalde stijlen selecteren en een specifieke tekengrootte opgeven voor elke stijl.
Aan de linkerkant bevindt zich een overzicht van alle typen onderdelen waarvan u de stijl kunt aanpassen, geordend naar de wijze waarop zij eigenschappen van elkaar overnemen. Zo is Volgende acties bijvoorbeeld een type actie, en wordt Acties weergegeven in de Hoofdopbouw. Elk type onderdeel maakt gebruik van de kenmerken van de bovenliggende stijl, tenzij u deze eigenschappen specifiek wijzigt.
U kunt de vormgeving van de volgende typen onderdelen wijzigen:
Zijbalken — alles wat in de zijbalken in de planningmodus of contextmodus, aan de linkerkant van een venster, wordt weergegeven.
Onderdelen op bovenste niveau — de onderdelen Postvak In, Bibliotheek, Geen context en Contexten in de zijbalk.
Contexten: de afzonderlijke contexten die worden weergegeven in de zijbalk. De achtergrondkleur voor deze stijl vult de hele zijbalk in de contextmodus op.
Projecten: de afzonderlijke projecten die worden weergegeven in de zijbalk. De achtergrondkleur voor deze stijl vult de hele zijbalk in de planningmodus op.
Mappen — mappen die worden weergegeven in de zijbalk.
Hoofdopbouw — alles wat wordt weergegeven in de opbouw van de planningmodus of contextmodus, aan de rechterkant van een venster.
Groeperingen: de kopteksten waarmee onderdelen worden gegroepeerd wanneer u een groepering instelt in de weergavebalk. Deze zijn standaard groter en worden vet weergegeven.
Projecten: de onderdelen die projecten en lijsten met afzonderlijke acties vertegenwoordigen in de planningmodus. Deze worden standaard vet weergegeven.
Acties — normale beschikbare acties.
Volgende acties — standaard paars weergegeven.
Afzonderlijke acties — standaard blauw weergegeven.
Actiegroepen — standaard vet weergegeven.
Notities: standaard kleiner en grijs weergegeven. In een notitie zelf staat u echter een keur aan opmaakmogelijkheden ter beschikking.
Ook kunt u de volgende op status gebaseerde stijlen aanpassen. Deze stijlen hebben voorrang boven alle andere stijlen die mogelijk op een onderdeel zijn toegepast:
Voltooid: onderdelen die zijn gemarkeerd als voltooid. Deze worden standaard grijs en doorgestreept weergegeven.
Vervalt spoedig — onderdelen waarvan de vervaldatum binnen de termijn voor “spoedig” valt, zoals ingesteld in de gegevensvoorkeuren. Deze worden standaard oranje weergegeven.
Achterstallig: onderdelen waarvan de vervaldatum is verstreken. Deze worden standaard rood weergegeven.
Geblokkeerd: stopgezette projecten en acties die niet beschikbaar zijn. Deze worden standaard grijs weergegeven.
Onder de lijst met stijlen bevindt zich een pop-upmenu Actie waarmee de geselecteerde stijlen opnieuw op hun standaardkenmerken kunnen worden ingesteld, de geselecteerde stijlen kunnen worden gekopieerd of de geselecteerde stijlen kunnen worden geplakt. Stijlinstellingen die u mooi vindt, kunt u bewaren als thema. Ook is het mogelijk om stijlinstellingen uit een bestaand thema te laden.
De besturingselementen aan de rechterkant zijn van invloed op de geselecteerde stijl:
Lettertypevoorbeeld: hiermee wordt het geselecteerde lettertype aangegeven en kunt u bekijken hoe het lettertype eruitziet. Hier worden alleen de instellingen weergegeven die u wijzigt met de knop Kies lettertype, niet met de overige kenmerken hieronder. Klik op het voorbeeld om het standaardpaneel Lettertype te openen. Hierin kunt u een lettertype, tekenstijl en tekengrootte opgeven.
Tekstkleur: de kleur van het lettertype zelf. Volgende acties worden bijvoorbeeld paars weergegeven.
Achtergrondkleur: de kleur van de achtergrond van het onderdeel. In het geval van de stijl van de hoofdopbouw of de project- en contextstijl in de zijbalken, wordt de volledige weergave gevuld met deze kleur.
Schaduw: een scherpe schaduw één pixel onder de tekst. Dit is het meest effectief bij witte tekens voor de geëtste stijl die veel elementen in Mac OS X tegenwoordig hebben.
Doorhaling: een lijn die dwars door de tekst heen gaat, bijvoorbeeld de standaardstijl voor voltooide acties. We zouden niet weten wat u nog meer zou willen doorhalen, maar dat laten we aan u over.
Onderstreping — een lijn die onder de tekst wordt getrokken, in een kleur en patroon naar keuze.
Ruimte tussen rijen: dit getal geeft in punten aan hoeveel verticale ruimte er vóór het onderdeel moet komen. Als u deze waarde groter maakt, neemt de afstand tussen onderdelen die naast elkaar zijn gelegen dus toe.
Ruimte tussen onderl. niveaus: dit getal geeft in punten aan hoeveel verticale ruimte er moet liggen tussen dit onderdeel en de onderliggende onderdelen. U kunt dus bijvoorbeeld acties in een project dichter bij of verder weg van de projectrij plaatsen.
Inspr. onderl. niveau — dit getal geeft in punten aan hoe ver onderliggende onderdelen van deze stijl naar rechts moeten inspringen ten opzichte van het bovenliggende onderdeel. Als u deze waarde dus verhoogt voor projecten in de hoofdopbouw, worden de acties binnen elk project verder naar rechts verplaatst.
← Gegevensvoorkeuren Ondersteuning van AppleScript →